Zoeken in deze blog

Totaal aantal pageviews

23 januari 2011

Besmet met het gevoel.

Carnaval. Vroeger deed het me niks. Of eigenlijk wel. Ik moest er niks van hebben, dàt deed het met me. Godsamme, alwéér carnaval?! Dat betekende verplicht hossen op een schoolpleintje in Aopelaand. Met een zigeunerjurk, een hoofddoekje, zware knijpoorbellen en mams’ roze lippenstift. Petroleumsmaak.     

Tja, en toen kreeg ik verkering met iemand uit Boemeldonck. Boe-Mel-Donck? Jahahaaah. Je gaat het meemaken, riep iedereen in koor. Je komt gezellig bij de club. We bouwen elk jaar een carnavalswagen en je loopt lekker mee met de optocht. Alsjeblieft, hier is je rode kiel met wit sjaaltje. Moet dat echt, dat witte sjaaltje? Eh, ik weet het niet hoor. Als jullie het niet erg vinden, kijk ik het nog even aan. Anja, geloof ons nou maar. Er is niks mooier dan het feest van carnaval in Boemeldonck.


Het kostte me een paar jaar voor ik begreep wat er bedoeld werd. Voor ik doorhad dat ze het over ‘Het Gevoel’ hadden. De drang om met mensen waar je om geeft iets moois te maken. Iets groots te bouwen. Iets waar je trots op kunt zijn. Een bouwsel van draaikransen en dikke truien, betonijzer en bouwgrappen, lasogen en leut. Broederlijk versmolten met de warmte van het samenspel, de verbondenheid, de gezelligheid vooral. Deze importdiesel snapte het eerst gewoon niet. Die vond het vooral heel erg afzien om ontelbare winteravonden heur vingers kapot te gazen in een koude polderschuur. Vlechten? Sorry hoor, vlechten doe je met drie haarstrengen en een elastiekje. Plakken? Mijn fotoboeken ja. Man, ik loop enorm achter. Ben pas net klaar met de vakantiefoto’s van 2005. Spuiten? Vroeger, vijf keer per dag. Nu heb ik een insulinepompje. Erg blij mee en goh, wat aardig dat je interesse toont. Wagenshow? Mwah, hoeft nog niet. Mijn autootje komt dit jaar vast nog wel door de keuring. Podiumroeien? Huh, wablief?

Ik denk dat het besef kwam toen ik mezelf erop betrapte dat ik mensen ging verbeteren. Collega’s en kennissen van buiten het dorp die het over “de optocht in Prinsenbeek’ hadden. Sorry dat ik je in de rede val, maar Prinsenbeek heet dan Boe-Mel-Donck. En nee, het zijn geen “geinige wagentjes met een tractor ervoor” maar kastelen. Enorme kastelen op wielen van wel - schrik niet - elluf meter hoog. Dat laatste bracht ik dan met weidse armgebaren en veel gevoel voor drama. Ik riep alle ongelovigen op om De Grote Optocht met eigen ogen te aanschouwen en stuurde sfeerfoto’s tot hun mailboxen vol zaten. Zelfs rechtgeaarde Oeteldonkers werden niet ontzien. Gut gut, wat kan een mens soms doordraven.

En nu ben ik dus besmet. Al een paar jaar. Besmet met het gevoel. Het gevoel van al die carnavalsclubs en kapellen met een eigen identiteit die samen - heel gek - toch één hechte familie vormen. Het gevoel dat je ook buiten ‘het seizoen’ altijd een beroep op je carnalega’s kunt doen. Dat je bij noodgevallen overal kunt aanbellen. Statistisch gezien moet er gewoon iemand opendoen die verweven is met die zesdaagse familietraditie vol passie, durf en drang naar originaliteit. Als ik op de fiets langs de markt rij en ik zie dat de bomen gesnoeid en de lantaarnpalen gedraaid worden, dan is het zover. Niks meer aan te doen. Gelukkig weet ik het gevoel om te gaan bouwen nog altijd te onderdrukken. Ik kan het niet helpen. Als geboren Aopelaander heb ik slechts geprakte banaan met de paplepel binnengekregen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen