Zoeken in deze blog

Totaal aantal pageviews

16 augustus 2010

Extremwah

Het sluimerde al een tijdje. Zal ik wel of zal ik niet. Gewoon één keertje kijken of het wat voor me is. De muziek, de sfeer, de hele mikmak. Nee joh, Extrema is niks voor jou. Daar draaien ze liedjes die klinken als een veilingterrein vol spruitensorteermachines. De enige afwisseling is dat er soms een kist met bie-bie-bieten in wordt gegooid. Geloof me Anja, daar wil je niet tussen staan.

Misschien hebben ze gelijk. Maar als iemand je wekenlang smeekt om mee te gaan (oké oké) en als het prijzige kaartje daarna voor noppes in je schoot wordt geworpen – sja, dan spring ik dus in een spijkerbroek, pak mijn trouwe festivalsneakers en gooi een handvol mueslirepen in mijn tas. Met hetzelfde gemak ook maar een paar regenponcho’s want ik hoorde vriendlief van achter zijn laptop mompelen dat we het tot 14.00 uur droog houden.


Meteen bij aankomst voel ik het. Niet helemaal mijn ding dit. Misschien dat het komt door de haarlakspuitende meiden bij de ingang. Gebronste buikspieren en fruitig gelakte teennageltjes komen me van alle kanten tegemoet. Zo anders dan op Lowlands, waar haren vrijerlijk klitten en voeten genoeglijk verdwijnen in malse modderpoelen. Ikke kind aan huis op Lowlands? Nee joh. Over een paar dagen krijg ik pas mijn derde polsbandje. Duidelijk geen festiveteraan ofschoon op mijn cv wel Vedder’s legendarische podiumduik van Pinkpop 1992 staat. Au, das lang geleden.

Ik heb mijn huiswerk niet gemaakt dus heb geen flauw idee of er in de programmering namen staan die ik gezien moet hebben. Ach, de hapjes Don Diablo en Sunnery James heb ik natuurlijk allang een keer gegoogled maar maken ze ook muziek waar ik blij van word? Ik ben bang van niet want meezingen met electro-techno-trance is volgens mij net zo moeilijk als fluiten met je mond vol beschuit. Gaandeweg het festival wordt het druk. Erg druk. Zo druk dat het mobiele netwerk wegvalt. Als Ben en ik elkaar kwijtraken weet ik nog niet dat het een me-myself-and I-editie wordt. Nee hè, ik heb geen geld bij me en Ben heeft mijn munten. Sjonge, heeft ie weer goed voor elkaar.

Gelukkig is daar vriendinnetje Claudia. Zij is vaker op Extrema geweest maar vindt het deze keer veel te druk. We dolen wat rond op zoek naar bekenden maar zoals altijd resulteert dat in niks-noppes-nada. Ik bedenk me dat Ben me toch een paar muntjes heeft toegestopt. Voor als we elkaar even kwijt zijn. “Clau, zullen we dan maar wat gaan eten?” Met nog een paar frietpijltjes te gaan zie ik Ollie voorbij komen. “Olliiiiiiiiie!!!” Gelukkig, hij weet waar een deel van de kliek staat. En dan wordt het zowaar nog een heel gezellige avond.

Tijd voor vuurwerk. Schijnt altijd een adembenemende afsluiting van Extrema te zijn. Naast me staan een paar aardige bicepsboys uit Boxtel die het kunnen waarderen. Fijn voor ze. Zelf vind ik er weinig aan. Als alle pijlen zijn verschoten krijg ik het benauwd. Ik heb Ben al zes uur niet gezien en telefonisch contact is nog steeds onmogelijk. Denk denk… waar staat de auto ook alweer? Ergens op een veld bij de McDrive maar god knows of ik dat zelfstandig kan terugvinden. Zoals altijd ben ik de Bob dus ik graai in mijn tas. Geen sleutels - fok, die heeft Ben - wel twee poncho’s. "Och ja, het zou toch nog gaan regenen?" "Haha, hoe kom je daar nou bij Anja?" "Ja, kweenie."

Nu moet ik het koppie erbij houden. Ik weet dat er twee uitgangen zijn maar welke is de goeie? Ik hobbel gauw achter de danig afgeslankte groep bekenden aan. Nu alleen achterblijven lijkt me geen goed plan. Ik klamp me vast aan de haren van Sabrina. Zo lief dat ze dat toestaat in het geduw en getrek richting uitgang. Ik schrik van het aantal mensen wat opeengepakt langs de kluisjes moet. Ik voel me er behoorlijk claustrofobisch bij, gelukkig onwetend over wat er slechts zeven dagen later in Duisburg zal gebeuren. Met in mijn rechterhand mijn mobieltje en in de linker een paardestaart baan ik me een weg naar het licht. Het veel te felle licht van een professorisch opgehangen bouwlamp. Met dichtgeknepen ogen concludeer ik: Zo dicht bij Eindhoven en dan geen afdoende lichtplan in de begroting. Als een kudde schapen volgen we massaal onze weg over een donker bospad waar aan beide kanten vrolijke feestverlichting hangt te niksen. ‘Of je stopt de stekker erin’ is wat ik wil roepen maar ik doe geen moeite. Ik heb mijn energie nodig om te besluiten wat te doen. Ga ik in mijn eentje op zoek naar de auto waar ik de sleutels niet van heb, of stap ik bij mijn plaatsgenoten in de bus richting huis? Als ik voor de bus kies hoop ik wel dat Ben zo wijs is om eerst zijn roes uit te slapen in de auto. Als ie tenminste nog in staat is zich te herinneren waar ie ‘m heeft weggezet.

Het vinden van de juiste bus blijkt een moeilijke opgave. De bussen zien er in het donker allemaal hetzelfde uit en het industrieterrein getuigt niet van overzichtelijkheid. Naast Ben laat nu ook mijn orientatiegevoel me in de steek. Tussen de ronkende bussen licht ineens mijn mobieltje op. Negen berichten. Allemaal van ’s middags en het merendeel is van Driekeerraden. 'Waar ben je?' en 'Bas en ik liggen in een hangmat'. Fijn, daar zou ik vijf uur geleden echt wat aan gehad hebben. Yoehoe, mijn mobiel gaat over. Benniiiiie!!! Hij stuitert nog op het festivalterrein en is verbaasd dat ik bij de bussen sta. Ik wil hem mijn kant op loodsen maar dat strand natuurlijk meteen. Als ik zelf al niet weet waar ik me bevind…

Ben en ik besluiten elkaar tegemoet te lopen en ik neem afscheid van mijn gezellige vrienden, die inmiddels de goeie bus gevonden hebben. Eindelijk, na een stevige wandeling zie ik mijn voordeurdeler op het grote en vooral hectisch drukke kruispunt. We omhelzen elkaar zo stevig dat Ben’s zonnebril er pardoes van uit elkaar valt. Ach ja, al een wonder dat ie ‘m nog niet was verloren. Samen lopen we naar het parkeerterrein waar het nog een half uur duurt voor we de auto terugvinden. De weg naar huis is begaan met wegwerkfiles en onduidelijke verkeersomleidingen. Ik rij drie keer door hetzelfde, vast heel pittoreske dorpje. Ten langen leste vallen we thuis op de klep en hebben we toch nog ons gezamenlijke Extremaaltje. Homemade uitsmijters. Lekker.

Volgend jaar weer? Denk dat ik er nog een dikke driehonderd nachtjes over ga slapen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen